Borstzelfonderzoek
Borstkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen; ieder jaar komen er ruim 11.000 nieuwe borstkankerpatiënten bij. Eén op de 8 vrouwen ontwikkelt borstkanker gedurende haar leven en één op de 20 á 25 zal er ooit aan overlijden.
De oorzaak van borstkanker is nog onbekend. Een vrouw heeft de beste overlevingskans indien de tumor vroeg ontdekt wordt. Door regelmatig zelfonderzoek te doen, kan je veranderingen in je borst(en) leren herkennen. Het is geen wetenschappelijk bewezen methode, maar door maandelijks je borsten te onderzoeken raak je vertrouwd met hoe zij aanvoelen. Dankzij wetenschappelijk onderzoek en goede voorlichting zijn de perspectieven voor borstkankerpatiënten de afgelopen jaren sterk verbeterd.
Denk voor het onderzoek aan het volgende:
Uitvoeren 1 week na de menstruatie, dit omdat vrouwen voor hun menstruatie last kunnen hebben van gezwollen en pijnlijke borsten. Ben je in of na de overgang neem dan 1 vaste dag in de maand.
- Druk met gesloten en gestrekte vingers.
- Maak ronddraaiende bewegingen met de vingers over de borst.
- Oefen voldoende druk uit op de borst.
- Vergeet het tepelgebied en de oksels niet.
- Bij grotere borsten is het beter om het onderzoek liggend te doen.
Bekijk de borsten voor de spiegel met de armen ontspannen langs het lichaam. Let op de grootte en de vorm van de borsten en controleer op afwijkingen van de huid of tepel. Leg vervolgens de handen achter het hoofd en controleer opnieuw.
Stap 1:
Leg de linkerarm achter het hoofd en de rechterhand op de linkerborst. Let erop dat de borstspier ontspannen is. Onderzoek de hele borst. Begin rechtsboven, ga vervolgens naar rechtsonder, dan linksonder en eindig linksboven. Maak met de vingers kleine ronddraaiende bewegingen van de rand van de borst naar de tepel toe. Beweeg rustig met wat lichte druk. Voel ook goed rond de tepel.
Stap 2:
Buig voorover en ondersteun de onderkant van de linkerborst met de linkerhand. Tast de borst met de vlakke rechterhand rondom af. Maak daarbij een rollende beweging en zorg voor voldoende druk.
Stap 3:
Blijf voorovergebogen staan en laat de linkerarm naar beneden hangen. Druk met de handpalm van de rechterhand de borst licht naar het midden. Controleer met gestrekte vingers de linkeroksel op knobbeltjes. Begin bovenin de oksel en laat de vingers langzaam naar beneden glijden.
Stap 4:
Controleer ook de tepel en het gebied er omheen. Als je de tepel rustig een beetje naar voren trekt, moet deze soepel meegeven.
Controleer vervolgens op dezelfde wijze de rechterborst.

